Joeri Nuijten [l] en Basten Quaedvlieg

‘Je kan hier jezelf zijn’

Basten Quaedvlieg woont in de buurt en komt vaak in Grand Hotel Amrâth Amsterdam.

Iedereen is hier welkom, en je kan jezelf zijn. In 2007 liep ik nieuwsgierig het gebouw binnen: het was net open. Ik was pas afgestudeerd, straatarm, in trainingsjack. Iemand zei: “Kan ik u helpen?” Ik zei: “Ik kijk even rond, ik ga zo weer weg.” “U kunt hier ook wat eten”, zei de man – hij bleek de general manager. Ik: “Daar ben ik niet op gekleed.” Toen zei hij: “Het gaat er niet om hoe u bent gekleed, maar hoe u zich gedraagt.” Inmiddels heb ik hier een lopende rekening. Ik ben scogliosepatiënt – zwemmen doet me goed. Toen ik vroeg of ik in de wellness kon zwemmen, zeiden ze: “Waarom niet?” Doordat ik hier kan zwemmen, blijf ik fit en kan ik makkelijker carrière maken, waardoor ik hier ontbijt en lunch kan betalen. De wisselwerking tussen gast en hotel is erg belangrijk, en die is hier heel goed.’

‘Je helpt elkaar gewoon’

Ooit werden er kaartjes verkocht voor zeereizen naar alle windstreken. Nu is het Scheepvaarthuis een klassiek hotel, dat de monumentale waarde van het gebouw koestert, over elk detail heeft nagedacht en een en al historie en gastvrijheid is. In Grand Hotel Amrâth Amsterdam is iedereen welkom.

Overnachten in Grand Hotel Amrâth Amsterdam is eigenlijk slapen in een museum. ‘Dit pand ademt historie’, zegt general manager Joeri Nuijten. ‘Op iedere kamer staan museumstukken.’ Sinds 2007 zit het hotel in het voormalige Scheepvaarthuis, een iconisch gebouw in Amsterdamse School-stijl. Van buiten en van binnen zit het vol details en ornamenten geïnspireerd op de zee en zeevaart, met spectaculair glas-in-lood, een prachtige lichtval en zelfs een nog werkende paternosterlift. Bij de oplevering in 1916 was dit het duurste gebouw ter wereld. Het hotel heeft dan ook een eigen conservator en restaurator in dienst. 

Unieke beleving

Negen van de tien (vooral internationale) gasten komen speciaal voor dit hotel, zegt Joeri. ‘Ze zoeken historie en een unieke beleving, geen hotel van honderd-in-een-dozijn.’ Bij Grand Hotel Amrâth Amsterdam draait het bovendien om klassieke hospitality. Ofwel: een praatje maken, weten wie je gast is. Zo is een vaste gast als Basten Quaedvlieg (zie hieronder) welkom om meerdere keren per week te komen zwemmen. Joeri: ‘Je doet dingen voor elkaar. En omdat je weet wat je aan elkaar hebt, praat je makkelijker. Basten signaleert dingen en spreekt medewerkers of mij erop aan. Iedereen waardeert dat.’

Dubbel gevoel

Voor Amsterdamse hotelgasten bestaat sinds 2026 een derde van de kamerprijs uit belasting. Oorzaak: de 12,5 procent lokale toeristenbelasting sinds 2024 en sinds 2026 de landelijke btw-verhoging van 9 naar 21 procent voor overnachtingen. Het voelt dubbel, zegt Joeri. ‘Ik snap heel goed dat we geen overtoerisme willen en we begrijpen dat zaken betaald moeten worden, maar de 12,5 procent lokale toeristenbelasting is fors. Wordt het dan wel gebruikt voor verbeteringen in het toerisme? Met de btw-verhoging ben ik het echt niet eens. Samen met de hoge toeristenbelasting kan Amsterdam zich uit de markt prijzen. De internationale gasten zullen blijven komen – waarschijnlijk gaan juist de nationale gasten minder boeken. Dat gaat veel grotere groepen raken, zoals culturele instellingen, congressen en grote beurzen.

Voor iedereen toegankelijk

Maar of je nou een kamer hebt geboekt of niet, Grand Hotel Amrâth Amsterdam is voor iedereen toegankelijk. Elke zondag geeft museum Het Schip er rondleidingen en buurtbewoners kunnen er via buurthotel.nl met korting bijvoorbeeld ontbijten. ‘Want je hebt elkaar nodig’, zegt Joeri. Zoals toen omwonenden het niet eens waren met een al lang vergunde aanbouw. ‘Door goed met elkaar in contact te zijn, konden we het oplossen. En hun planten groeien tegen onze muur. Prima: zij kijken ertegenaan.’ 

Samen bereik je meer

De contacten met ondernemingen in de buurt zijn ook goed. Grand Hotel Amrâth Amsterdam valt net buiten het gebied van de BIZ Oosterdok, maar is wel lid. ‘Volmondig’, zegt Joeri. ‘Want onze gasten lopen naar Oosterdok, en Oosterdok-publiek komt hierlangs. Gezamenlijk kun je veel meer bereiken, bijvoorbeeld met zwerfafval en veiligheid.’ De hotels op Oosterdok ziet Joeri niet als concurrent: ‘Zij trekken een ander publiek dan wij. Maar als er iets misgaat bij de ander, of een van ons is volgeboekt, springen we bij. Je hebt elkaar gewoon nodig en je helpt elkaar.’